biografie

Hans van der Beek (1966) werd geboren in het rijke, roomse Sittard. Na een moeizame jeugd, wist hij zijn studie geschiedenis aan de UvA ruim acht jaar te rekken - een prestatie die hij nog altijd koestert. Vlak na de Wende woonde hij een half jaar in Oost-Berlijn. Via de Postdoctorale Opleiding Journalistiek aan de Erasmus Universiteit kreeg hij zijn eerste serieuze baan, drie maanden voor zijn dertigste verjaardag. Toen was het Grote Uitvreten wel zo'n beetje voorbij.

Die baan, verslaggever bij Het Parool, heeft hij nog steeds. Hij schrijft onder meer portretten waarbij hij enkele dagen als een 'fly on the wall' meeloopt met mensen uit uiteenlopende vakgebieden, van Sophie Hilbrand tot Junkie XL, van Paul de Leeuw tot de Champions Lounge, van Maarten van Roozendaal tot, jawel, Chantal Janzen.

Tijdens verkiezingen werkt hij mee aan de rubriek De Campagne, die de draak steekt met politici op stemmenjacht en tijdens het WK 2006 volgde hij de Mannschaft, waarbij hij trouwens behoorlijk de weg kwijtraakte. Tijdens het EK 2008 volgde hij het Oranjelegioen werkelijk overal.
Op vrijdag heeft hij ochtenddienst.

In 2000 schreef hij De Neus. Het macabere vak van Harry Jongen (uitgeverij Prometheus) over de legerkapitein die naar verstopte lijken speurde, slechts gewapend met een prikstok en zijn neus. Jongen vond onder meer de lichamen van An en Eefje, slachtoffers van Marc Dutroux.







In 2002 verscheen Op de klapstoel (Vassallucci), een bundeling van de vijftig beste afleveringen van 'Parools eigen interviewmachine' (citaat: Hugo Brandt Corstius), met interviews van hem, Peter van Brummelen en Matthijs van Nieuwkerk.





In 2005 schreef hij Thuis/At Home (Valiz), het Nederlands- en Engelstalige jubileumboek van architectenbureau Heren5. Naar verluidt lag het fotoboek in de boekwinkel van het Louvre en was zelfs tot in Japan te koop, maar daar kent Van der Beek geen boekwinkels.



Een hoogtepunt beschouwt Van der Beek het portret dat hij voor Hard Gras 51 (Nieuw Amsterdam) maakte van jeugdheld John Linford, icoon van Fortuna Sittard en tegenwoordig kroegbaas te Norwich. Van der Beek beschouwt het nog altijd als een mazzeltje dat hij die drie ochtenden (het grootste deel van) zijn aantekeningen nog kon lezen.






Samen met Parool-collega Liedewij Loorbach struinde hij ruim honderd Amsterdamse kroegen af voor een zomerserie in de krant. Deze metrokaart van staproutes werd in 2007 gebundeld in Kroeglopen in Amsterdam. De beste staproutes (Nieuw Amsterdam).









Frénk van der Linden en Annet de Groot stelden in 2008 een bundel samen, Let's make love. 27 onmogelijke liefdes (Contact), met portretten van gemengde koppels. Het is de overtuiging van de samenstellers namelijk dat een geslaagde multiculturele samenleving begint bij liefde, goed, en ook bij seks.
Van der Beek beschreef Ria uit Indonesië en Cor uit Noord-Holland, die inderdaad al 35 jaar samen zijn en gelukkig, ondanks dat Cor Ria op de eerste date meenam naar Wat zien ik.




Debuutroman Mijn vrouw heet Petra (Nijgh & Van Ditmar, 2008) uit 2008 over een geschiedenisdocent met een obsessie voor Chantal Janzen.











Een fragment uit Mijn vrouw heet Petra werd in 2009 opgenomen in de bundel Het beste van Nightwriters, part II (Podium). In dat fragment laat Peter Pruiser zich een pak aanmeten bij Oger.










Tweede roman (Nijgh & Van Ditmar, 2010) over twee broers, de één cynisch atheïst, de ander aanhanger van de Nieuwe Christenen, voorheen Kampf gegen Satan, en hun aan kanker overleden moeder. Een mix van autobiografie en fictie, van tragedie en komedie, waarbij Van der Beek een kijkje geeft in de keuken van het fundamentalistische katholicisme.






Hans van der Beek is getrouwd met Liesbeth, heeft twee zonen, Miel en Joep, en woont niet in Bussum.